top of page
avdwap.bmp

De van DUN-NAAM

Taalverwantschap in de namen van de
GRAVEN von Dun - von D(h)aun

Dit adellijk geslacht gaat terug tot Richard I, Comte de Daun, in 1186.

 

Daun = een district (Kreis) én een stad, gelegen in Rijnland-Pfalz, in West-Duitsland, aan de voet van het Eifelgebergte.

Talrijke vondsten wijzen erop dat deze streek reeds in de vóór-Romeinse tijd bewoond was.

​

De stad Daun werd voor het eerst in oorkonden genoemd in 1107. Zij was ontstaan naast een burcht van de "Herren von Daun".

De teksten in hun oorkonden en op de zegels, die aanvankelijk overwegend in het Latijn, en later ook in het Duits waren opgesteld, vermelden de heren van Daun als sire en als marscalacus. 

Zo vinden we: sire de Dune, sire de Duna, sire en Duna, comes sylvestris de Dun, comitis de Dunen.

​

Wat de betekenis betreft, vermeldt het "Toponomisch Woordenboek van België, Nederland, Luxemburg, Noord-Frankrijk en West-Duitsland vóór 1226", Maurits Gysseling, 1960 :

​

"Daun = Celtique Dûnon = Hügel, Festung-Colline,forteresse; occupe une colline aux pentes escarpées."

DUN is duidelijk een woord van Keltische oorsprong. Zijn algemene betekenis in de Keltische taal zou zijn "een omheinde of versterkte plaats".

Meer hierover in de hoofdstukken "Dunplaatsen in Europa" (in fine) en "De oudste Vermelding van onze Naam".

In dit laatste kan u ook zien dat, niettegenstaande de namen van Dune, von Dune en von Daun door mekaar gebruikt  worden, de naam von D(h)aun pas vanaf 1533 systematisch volop ingang zal vinden.

Volgens Johann Dün, de samensteller van het "Urkundenbuch der Familien von Dune" (Daun), uitgegeven in 1909, vervingen de uit Zuid-Duitsland stammende Trierse bisschoppen de oude naam Dune, Düne, door het Hoogduitse Dhaun, Daun.

​​

Wat de naamdragers betreft spreken de Latijnse teksten eensluidend over Dun, al dan niet in een verbogen vorm : de Duno, de Dunis, in Duna enz.

Hierbij valt op dat er hier slechts uitzonderlijk sprake is van  "de Dunis", hoewel het deze Latijnse meer-voudsvorm is die exclusief moet gebruikt worden bij verwijzingen naar afkomst uit een duingebied.

Henri de Daun, dite de Dune verwierf het erfelijk maarschalkschap van de graaf van Luxemburg in 1228.

​

Op 1 maart 1247 schenkt de Roomse koning Willem II aan zijn moeder Richardis, jonkfrouwe van Holland, landerijen die in Delft gelegen zijn. Hierbij was Wyricus de Dunis (= Wirich I, graaf van Daun (1209 tot 1248), als getuige aanwezig.

Op 28 mei 1338 verbindt Joannes, comitis de Dunen, comes silvestris, zich ertoe hertog Jan III van Brabant met 16 ridders en 24 stalknechten te volgen in de strijd tussen Engeland en Frankrijk. Later zien we zijn naam vermeld op de desbetreffende onkostenlijst van de hertog. We zien hier duidelijk dat er contacten bestonden tussen dit adellijk geslacht en onze regio.

​

Bij verschillende oorkonden konden we leden van dit geslacht terugvinden:

1345 Johan wilde greeve van Dune, sylvest. de Dun, alias Johan Ryng(re)ve,                wildeg(re)ve zu Dúne, alias Iohis die Wildgrafen von Daun, alias Iohis, Wild- und Rheingrafen zu Dhaun.

1356  Boeúmont der man spricht van Dúne

1362  Pierre Loye van Dune

1368  Richard, marscalcus, sire de Duyne, op wiens zegel vermeld staat : Richart van Tvn

1372  Rijchart van Dúijn, chevalier, maréchal

1372  Thierry, le Here van Don alias Thierry van Duyn, sire de Bruche

1372  Theoderici de Dvna, Diederich van Dúijn, Here te Bruijche, chevalier

1377  Richard le maréchal, sire de Dune

1400  Philips vo Dun Hr zv ObsteinPhilips van Dune, sire de Obersteyne, alias Philips von Düne, Her zum Obirsteyne

1448  Jean de Dune zu Kirberg, sous-bailli d'Alsace

1502  Wynandus Kynckes de Dunen

1538  Wynrich van Dhun,zum Falkestein und Limburg, Here zum Oberstein und Broich.

We zien dat de graven van Daun of van Dun meestal onder de naam van "von Daun" blijven voortbestaan, ook in de 15de eeuw, en wel tot op het einde van de 19de- begin 20ste eeuw. eeuw, wanneer hun laatste afstammeling zou overleden zijn.

bottom of page